logo

Imperium

—(inloggen)—(AAA)—

Huisregels

Spots

Spots is een traditioneel Iers kaartspel voor vier spelers, dat gespeeld wordt met een standaard stok kaarten zonder jokers. Het heeft veel weg van Jokeren en Rummikub.
  1. spelregels
    1. algemeen
    2. begin
    3. speelwijze
      1. raap een kaart
      2. leg kaarten uit en/of sluit (een) kaart(en) aan
      3. leg een kaart weg op de weglegstapel
    4. einde
  2. verzaken
  3. strategie
  4. variant voor drie spelers
  5. variant voor vijf spelers

1. spelregels

1.1. algemeen

Een spel Spots bestaat uit twee rondes van vier potjes elk. De eerste gever wordt willekeurig bepaald (meestal schudt er iemand de stok en deelt elke speler een open kaart totdat er een boer valt; dat is dan de eerste gever), en elk potje verplaatst de gever zich met de klok mee.

1.2. begin

De gever schudt de kaarten en geeft dan, beginnend met de speler links van hem/haar, geeft de deler iedere speler met de klok mee een kaart. Dit wordt herhaald totdat iedere speler acht kaarten heeft, echter de speler links van de gever krijgt een extra negende kaart. Deze negende kaart is eigenlijk de verplichte afraap voor die speler, aangezien de weglegstapel nog leeg is. De overgebleven negentien kaarten worden in het midden van de tafel neergelegt, dit is de afraapstapel. Ten aller tijde mag iedere speler het aantal kaarten van de afraapstapel tellen, uiteraard zonder de volgorde aan te passen en zonder een kaart te zien. De weglegstapel mag niet opengelegd worden om te zien welke kaarten onder de bovenste liggen. Echter, het kan gebeuren dat er kaarten schuin liggen en onderliggende kaarten hierdoor zichtbaar zijn.

1.3. speelwijze

Beginnend met de speler links van de gever en met de klok meegaand, neemt elke speler een beurt.

1.3.1. raap een kaart

Naar keuze van de weglegstapel (bekende kaart) of de afraapstapel (onbekende kaart), maar niet beide. Dit is een verplichte actie. Er gelden geen verplichtingen voor een van de weglegstapel afgeraapte kaart. Deze hoeft dus niet meteen gebruikt te worden.

1.3.2. leg kaarten uit en/of sluit (een) kaart(en) aan

Dit is een optionele actie. Hierbij geld een maximum van vier kaarten totaal. Dus elke speler kan per beurt maximaal vier kaarten wegspelen en nooit meer (zie uitzondering bij kopje einde). De volgende regels gelden voor het uitleggen/aansluiten:
  1. Voor het uitleggen geldt geen puntenminimum en aansluiten mag gewoon altijd, ook al heeft een speler niks uitgelegd.
  2. Gelijke kaarten: Bijvoorbeeld 3 of 4 zevens mogen uitgelegd worden. Aansluiten is alleen mogelijk als er drie liggen met de (laatste) vierde. Zodra er vier liggen worden deze opgeschoond door er twee onder en twee boven de aflegstapel te leggen.
  3. Straatje: Drie of vier aaneensluitende kaarten van dezelfde "kleur" (harten en ruiten zijn verschillende kleuren in deze context). Bijvoorbeeld harten 6, harten 7 en harten 8. Let op dat bij Spots azen altijd laag zijn en nooit hoog, dus vrouw - koning - aas mag niet! Een aas kan alleen bij de 2 en 3 van dezelfe "kleur" aangesloten worden.

1.3.3. leg een kaart weg op de weglegstapel

Dit is een verplichte actie. Hierbij moet de weggelegde kaart open op de weglegstapel worden neergelegd. Als de kaart niet netjes (genoeg) op de weglegstapel ligt mag de volgende speler deze aanpassen. Een speler mag elke kaart uit zijn hand wegleggen, maar hij mag niet de kaart van weglegstapel oppakken en dan dezelfde kaart meteen weer wegleggen.

1.4. einde

Het spel komt ten einde wanneer:
  1. Een speler legt in zijn/haar beurt een "dubbel" neer. Dit is uitermate zeldzaam en de enige uitzondering op de regel dat per peurt er maximaal vier kaarten weggespeeld mogen worden. Voor een "dubbel" dient de speler acht aaneensluitende kaarten te hebben van dezelfde "kleur" en tegelijkertijd uit te leggen.
  2. Een speler heeft na het weggooien van een kaart op de weglegstapel geen kaarten meer in zijn/haar hand. Die speler behaald dat potje 0 punten.
  3. Er zijn geen kaarten meer op de afraapstapel.
Alle spelers leggen hun hand open op tafel, duidelijk zichtbaar voor iedereen, en tellen hun punten (genaamd "spots" in het Engels) bij elkaar op. De aas telt voor 1 punt en alle plaatjes zijn 10 punten, de overige kaarten zijn zoveel punten waard als de hoogte (bijvoorbeeld een zeven is 7 punten). Voorbeeld: aas - zeven - tien - vrouw = 1 + 7 + 10 + 10 = 28 punten. Deze punten worden bij het vorige totaal van elke speler opgeteld. Aan het einde van het spel wint de speler met de minste punten.

2. verzaken

Omdat elke speler altijd acht kaarten heeft min de uitgelegde- en aangesloten kaarten, wat allemaal redelijk goed traceerbaar is, is een spelersfout zichtbaar en ook herstelbaar. Bijvoorbeeld door een extra kaart van de stapel te rapen of juist een extra kaart op de aflegstapel weg te leggen, zodra dit bemerkt wordt. Bij herhaling kunnen er eventueel strafpunten tegenover staan, of maar net wat men afspreekt voor zulke gevallen.

De enige serieuze vorm van valsspelen is door een verkeerd aantal punten op te geven. Om deze reden is het belangrijk dat aan het eind van elke hand alle spelers altijd al hun kaarten open leggen.

3. strategie

De meest voorkomende situatie is dat een speler twee setjes van drie kaarten uitlegt. Dit betekent dat de speler twee kaarten in zijn hand overhoud. Aangezien twee kaarten nooit uitgelegd kunnen worden dienen er twee kaarten aangesloten te worden om uit te zijn. Het lijkt gunstig voor een speler om al vroeg met twee kaarten in zijn hand te zitten, maar het betekent dat de speler links van hem een dubbele keuze heeft. Want wat een speler afraapt, als het een middenkaart of plaatje is, krijgt de speler naast hem automatisch (tenzij het een aansluiter is). Een speler kan beter wachten tot hij een setje van vier in één beurt kan wegleggen. Dit legt druk op de andere spelers omdat men nu ineens de volgende beurt uit kan zijn. Bij het wachten moet de speler wel opletten dat niet iemand anders "op uit staat" of dat de afraapstapel erg klein is.

Als de afraapstapel acht of vier kaarten bevat, is het soms zinvol om de kaart van de weglegstapel te pakken, ook als die eigenlijk nutteloos is. Op deze manier kan een speler garanderen dat hij nog twee/een keer aan de beurt komt.

4. variant voor drie spelers

Bij drie spelers zijn de spelregels hetzelfde, alleen moet bij het delen nog steeds een vierde speler meegedeeld worden. De vierde (niet bestaande) speler krijgt nooit negen kaarten gedeeld maar altijd acht. Dit zijn dus acht loze kaarten, die in elk potje niet gebruikt worden. Een ronde bestaat uit drie potjes, een spel bestaat uit negen potjes (drie rondes).

5. variant voor vijf spelers

Bij vijf spelers zijn de spelregels hetzelfde, alleen zit de gever altijd stil. Met andere woorden, wie deelt die deelt zichzelf niet mee en doet dat spel ook niet mee. Een ronde bestaat uit vijf potjes, een spel bestaat uit tien potjes (twee rondes).
jacQueskampioen
← Spots
5.244 + 0 bezoeken ◊ gehele website © Imperium 2000..2018 ◊ 6 queries in 0,00 seconde